schrijvers
Karel Glastra van Loon
Karel Glastra van Loon werd in 1962 op kerstavond in Amsterdam geboren. Hij was de zoon van een architect en groeide op in een kinderrijk calvinistisch gezin. Als jongetje van negen wilde hij bioloog worden maar dit veranderde toen hij op het Gymnasium (Bèta) onder invloed van de dichter Paul van Ostaijen raakte en - nooit gepubliceerde - gedichten schreef. Vanaf dat moment wilde hij journalist worden.
Na een jaar in de Verenigde Staten, waar hij op de Hastings Senior High School in Minnesota zat, werkte hij achtereenvolgens bij de Sociale Dienst Amsterdam, bij Elsevier Science Publishers als bureauredacteur, bij het weekblad Libelle als leerling-journalist, en bij weekblad Nieuwe Revu als algemeen verslaggever. Als verslaggever maakte hij reizen naar onder meer China, Cuba, Tsjecho-Slowakije, Rusland, Armenië, Estland en Koeweit. In dezelfde periode werkte hij als vrijwilliger in Nicaragua bij een herbebossingproject. Later, tot lang na zijn literaire debuut, werkte hij eveneens als journalist en redacteur voor verschillende televisieprogramma's, zoals Karel en Lopende zaken.
Karel Glastra van Loon was een sterk geëngageerd auteur, een activist, die politiek en literatuur bedreef vanuit een perspectief van goed en kwaad. Zoals hij zelf zegt een gevolg van zijn calvinistische opvoeding. De eerste non-fictieboeken die hij schreef hadden een grote maatschappelijke lading. Hij debuteerde in 1994 met De Poppe-methode over milieu-activist Remi Poppe, in 1995 gevolgd door Herman, een 'biografie' van de beroemdste, want eerste genetische gemanipuleerde stier van Nederland, dat hij samen met Karin Kuiper schreef. In 2000 schreef hij samen met Jan Marijnissen, SP-voorzitter van de Tweede-Kamerfractie, het boek De laatste oorlog, over de rol van Nederland in internationale conflicten.
In 1997 verscheen zijn eerste literaire werk, de verhalenbundel Vannacht is de wereld gek geworden. Deze bundel werd genomineerd voor de `ECI-prijs voor schrijvers van nu' en bevat journalistieke reisverhalen die bestaan uit feitelijke werkelijkheid en verzonnen details. Glastra van Loon ontving er de Rabobank Lenteprijs voor, maar ondanks dat bleef de bundel vrijwel onopgemerkt.
In 1999 verscheen de roman De passievrucht, waarin de ontroerende zoektocht wordt beschreven van een vader die ontdekt dat zijn zoon niet zíjn kind kan zijn. De passievrucht kreeg juichende kritieken en werd bekroond met de Generale Bank Literatuurprijs 1999. Inmiddels zijn de vertaalrechten wereldwijd verkocht en is deze bestseller, waarvan honderd duizenden exemplaren werden verkocht, verfilmd.
In 2001 verscheen de roman Lisa's adem. Ook in deze roman draait het om de geheimen van de liefde. Het werd minder goed ontvangen dan zijn eerste roman. Twee jaar later, in 2003, verscheen zijn meest geëngageerde roman, De onzichtbaren. Dit boek speelt zich af onder de Birmese vluchtelingen in Thailand en Glastra van Loon verbleef hiervoor zelf enkele maanden in een Thais vluchtelingenkamp. Ook over De onzichtbaren waren de kritieken verdeeld. Het boek verscheen tegelijk met een fotoboek, De onzichtbaren in beeld, waarin foto's staan van een van de Birmese vluchtelingenkampen in Thailand, gemaakt door Jan Bogaerts.
In januari 2004 werd, tijdens een verblijf in de Verenigde Staten, bij Glastra van Loon een hersentumor geconstateerd, van een dodelijke soort. Terwijl hij de dood onder ogen zag, schreef hij columns voor het weekblad Margriet over zijn dagelijkse leven als kankerpatiënt. Daarin bleef hij hoopvol en optimistisch over de toekomst, maar op 1 juli 2005 moest hij de strijd opgeven en is hij in zijn woonplaats Hilversum overleden. Postuum verscheen, een kleine maand na zijn overlijden, Ongeneeslijk optimistisch, een bundeling van de columns uit Margriet over zijn ziekte.